Week 3 les 6 Opties Flashcards Preview

3D financiering > Week 3 les 6 Opties > Flashcards

Flashcards in Week 3 les 6 Opties Deck (15)
Loading flashcards...
1

Wat is een optie?

Overeenkomst waarbij de Koper het recht heeft om gedurende een bepaalde periode tegen een vooraf vastgestelde prijs een onderliggende waarde te kopen of te verkopen.

2

Wat zijn de plichten van de verkoper van een optie?

De verkoper (schrijver) heeft de plicht om te verkopen of om af te nemen. Ter dekking van de verplichting moet de schrijver vaak een geldbedrag storten (margin) of onderliggende waarde als onderpand verstrekken.

3

Wat is een call-optie en een put-optie?

Call-optie : Koper heeft recht om te kopen
Put-optie : Koper heeft recht om te verkopen

4

Wat zijn Europese opties?

Opties die alleen aan het einde van de overeengekomen looptijd uitgeoefend kunnen worden

5

Wat zijn Amerikaanse opties?

opties die gedurende de gehele overeengekomen looptijd uitgeoefend kunnen worden

6

Wat wordt onder long positie verstaan? (optie)

- bezit heeft de kenmerken van een Kooptransactie (=positief effectenbezit)
- er ontstaat voordeel bij een stijging van de onderliggende waarde (bijv. Koop van Call-optie, koop van aandeel)

7

Wat wordt onder short positie verstaan? (optie)

- bezit heeft de kenmerken van een Verkooptransactie (=negatief effectenbezit)
- er ontstaat voordeel bij een daling van de onderliggende waarde (bijv. Koop van een put-optie, verkoop van een call- optie, verkoop van aandeel zonder deze te hebben

8

Hoe is de waarde van een optie opgebouwd?

Waarde optie = intrinsieke waarde + tijdwaarde (prijs optie)
(MPA - uitoefenprijs)>0 bij Call
(Uitoefenprijs – MPA)>0 bij Put

9

Wat wordt verstaan onder intriensieke waarde?

waarde die wordt gerealiseerd als de optie onmiddellijk wordt uitgeoefend

10

Wat wordt verstaan onder Tijdswaarde?

verschil tussen prijs optie en intrinsieke waarde

11

Hoe worden de tijdswaarde van opties ontstaan?

Tijdswaarde van opties ontstaat door:
Verschil in investeringsbedrag:
- De aanschaf van een call-optie gaat gepaard met een lager investeringsbedrag, terwijl men toch van koersstijging profiteert
- Bij een put-optie krijgt men de verkoopprijs van het aandeel later dan bij verkoop aandeel. Dit onderdeel is voor een put-optie dus negatief
- Dit element van tijdswaarde daalt, naarmate de resterende looptijd van het contract korter wordt

12

Wat wordt verstaan omtrent het hebben van een keuzemogelijkheid?

- Men wil extra betalen als de keuze tussen al dan niet uitoefenen relevant is
- De relevantie van de keuzemogelijkheid is het hoogst voor at-the-money opties

13

Wat is een call-put pariteit?

Een resultaat uit de koop van een call-optie is gelijk aan het resultaat op een aandeel en de koop van een put-optie met dezelfde uitoefenprijs.

Voorbeeld: koop call-optie met uitoefenprijs €15 versus koop van hetzelfde aandeel op €15 met koop put-optie met uitoefenprijs van €15

14

Call- put optie pariteit formule

Resultaatsprofiel koop call-optie en koop aandeel plus put-optie zijn gelijk
Investeringsbedrag bij call-optie is lager. Immers je hoeft de koopprijs van het aandeel (=uitoefenprijs) pas te betalen bij uitoefening optie op t1
Men bespaart de tijdswaarde van de koop van het aandeel op t=0 versus t=1. Dit is gelijk aan: E / (1+r)^(t1-t0)

E = Uitoefenprijs
r = risicovrije rentevoet
t = resterende looptijd

Wiskundig geldt dus:
MPA + P = C + E / (1+r)^(t1-t0)

C = waarde van de calloptie (intrinsiek)
MPA = waarde onderliggende aandeel
P = waarde van de putoptie

15

Wat kan worden gedaan met een arbitragestrategie?

strategie waarmee op hetzelfde tijdstip risicoloos kan worden geprofiteerd van koersverschillen van gelijke instrumenten.
Stel: Put in bovenstaand voorbeeld is €0,75.
Koop Put voor €0,75, koop aandeel €15,00 en verkoop call op €1,00, Investering is 14,75
Na 1 maand heb je altijd €15,00 want je weet dat je hem voor EUR 15 kan verkopen