Hoofdstuk 11 Schenk- en erfbelasting Flashcards Preview

4C Belastingrecht > Hoofdstuk 11 Schenk- en erfbelasting > Flashcards

Flashcards in Hoofdstuk 11 Schenk- en erfbelasting Deck (12)
Loading flashcards...
1

Zowel voor de erfbelasting als voor de schenkbelasting is vereist dat de SCHENKER c.q. ERFLATER in Nederland woont.

Sommige personen emigreren naar andere landen om schenk- en erfbelasting te ontkomen. Er geldt hier een woonplaatsfictie, wat houdt dit in?

Een Nederlander die verhuist naar het buitenland en binnen 10 jaar aldaar overlijdt, wordt geacht ten tijde van zijn OVERLIJDEN of het doen van de SCHENKING binnen Nederland te wonen.

Een ieder (ongeacht Nationaliteit) die in Nederland heeft gewoond en binnen een jaar na verhuizing naar het buitenland een SCHENKING doet wordt eveneens geacht in Nederland te wonen. Deze regeling geld niet bij overlijden. Er is geen erfbelasting verplichting als een niet van Nederlandse nationaliteit overlijd na verhuizing naar het buitenland.

2

Zowel voor de erfbelasting als voor de schenkbelasting is vereist dat de schenker c.q. erflater in Nederland woont.

Sommige personen emigreren naar andere landen om schenk- en erfbelasting te ontkomen. Er geldt hier een woonplaatsfictie, wat houdt dit in?

Een Nederlander die verhuist naar het buitenland en binnen 10 jaar aldaar overlijdt, wordt geacht ten tijde van zijn OVERLIJDEN of het doen van de SCHENKING binnen Nederland te wonen.

Een ieder (ongeacht Nationaliteit) die in Nederland heeft gewoond en binnen een jaar na verhuizing naar het buitenland een SCHENKING doet wordt eveneens geacht in Nederland te wonen.

3

Wanneer geld de voorwaarde van een notarieel samenlevingscontract niet?

De voorwaarde geldt niet als de ongehuwd samenwonenden op het moment van het overlijden of de schenking gedurende 5 kalenderjaren onafgebroken een gemeenschappelijke huishouding heven gevoerd en in de basisregistratie personen op hetzelfde woonadres staan ingeschreven. art. 1a lid 3 SW

4

Joop van Dam heeft krachten het testament van zijn overleden echtgenote Els het recht van vruchtgebruik van een huis verkregen.

Stel dat Joop overlijdt. Wat zijn de gevolgen van zijn overlijden voor de erfbelasting? betrek in het antwoord ook de gevolgen van het overlijden voor het recht van vruchtgebruik van het woonhuis.

De woning is juridisch gezien al eigendom van de kinderen en behoort niet meer tot de nalatenschap van Joop. Bij het overlijden van Joop groeit de blote eigendom van de kinderen aan tot volle eigendom. Dit is geen erfrechtelijke verkrijging. Over de aangroei is
dus geen erfbelasting verschuldigd. De fictie van art. 10 SW is niet van toepassing, omdat het recht van vruchtgebruik en de blote eigendom krachtens erfrecht (het testament van Els) zijn ontstaan.

NB. Het (eventuele) resterende vermogen van Joop valt wel in zijn nalatenschap. De kinderen zijn hierover erfbelasting verschuldigd in tariefgroep I.

5

Hoe wordt de vruchtgebruik van een huis berekent bij het erven?

Vruchtgebruik = WOZ waarde x 6% x Leeftijd factor

WOZ waarde -/- vruchtgebruik = bloot eigendom

6

Moet dient er overdrachtsbelasting te worden betalen bij een erfrechtelijke verkrijging?

Over de verkrijging is ook geen overdrachtsbelasting verschuldigd, omdat sprake is van een erfrechtelijke verkrijging (zie art. 3 WBR, zie verder ook hoofdstuk 12).

7

Hoe leid de berekening voor de schenkingsbelasting voor een direct opeisbare lening van 4%?

En een lening van 4% die na 5 jaar dient te worden terug betaald?
Beide lening 50.000

Direct opeisbaar
(6% - 4%) x 50.000 = belastbaar bedrag

Lening met terug betaling van 5j
art. 6 en art. 10 Uitv.besl. SW
(6% - 4%) x 0.85 x 50.000 x 5 = belastbaar bedrag

8

Welke artikel geeft de geruisloze doorschuiven aan?

Als er niet wordt gekozen om de onderneming te voortzetten na overlijden, dan wat?

(geruisloze doorschuiven) art. 3.62 Wet IB

Niet voortzetten:
Als de onderneming niet wordt voorgezet door de erfgenamen, zal voor de inkomstenbelasting moeten afgerekend over de fiscale en stille reserves, alsmede de goodwill (art. 3.58 Wet IB). De belastingschuld komt in mindering op de nalatenschap. In de praktijk mag de berekening bij de verschuldigde belasting ook rekening worden gehouden met de 14% MKB-winstvrijstelling (art. 3.79a Wet IB).

9

Hoe bereken je de pensioenimputatie?

30% x uitkering per jaar x factor x 1/2 = belaste bedrag van pensioen

10

Hoe bereken je de pensioenimputatie?

30% x uitkering per jaar x factor x 1/2 = belaste bedrag van pensioen

11

Wordt partnerschap ontbonden door overlijden van een partner?

Bij een huwelijk ontstaat civielrechtelijke aanverwantschap (art. 1:3 BW). Voor de Successiewet wordt aanverwantschap gelijkgesteld met bloedverwantschap (art. 19 lid 1 letter b SW). Dit betekent dat men voor de tariefgroepindeling en vrijstellingen hetzelfde wordt behandeld als een echtgenoot. Een soortgelijke gelijkstelling geldt voor personen die als elkaars partner worden aangemerkt. Na ontbinding van het huwelijk (of beëindiging van de samenwoning) door overlijden, blijft deze gelijkstelling bestaan. NB. Als het huwelijk is ontbonden door echtscheiding, geldt de gelijkstelling niet meer. Hetzelfde geldt als de samenwoning tijdens leven wordt verbroken.

12

Dient er een imputatie gedaan te worden op levensverzekering die ontvangen worden ter gevolge van een overlijden (van een partner of zo)?

Er vindt geen imputatie (zie art. 32 lid 2 SW) van de uitkering op de vrijstelling van Elsemieke plaats, want dat geldt alleen bij lijfrenten en pensioenen. Dit zijn inkomensvoorzieningen en in deze casus gaat het om een eenmalige uitkering ten behoeve van Elsemieke.