College 8 & 9 - Waarden Flashcards Preview

Ethiek > College 8 & 9 - Waarden > Flashcards

Flashcards in College 8 & 9 - Waarden Deck (3)
Loading flashcards...
1

Wat is liefde?

Noem 3 theorieën.

We willen geen causale verklaring (het zijn stofjes in je hersenen of het zijn hormonen), maar een betekenis verlenende theorie:


1.) Eigenschappen theorie --> fysieke, psychische en relationele eigenschappen die je waardeert in een persoon.

Probleem:
- Dan zou je in permanente onrust verkeren, omdat je constant aan het vergelijken bent.
- "Verliefdheid maakt blind." Om iemand goed in te kunnen schatten moet je objectief zijn, maar als je niet verliefd bent, ben je ook niet geïnteresseerd.


2.) Ware persoon theorie --> de uniciteit die je waardeert van een persoon (persoon is het doel op zichzelf)

Moreel fundament.

Probleem:
- Liefde drama's


3.) Historische theorie --> je waardeert de historische band met een persoon (die hetzelfde blijft ondanks veranderende eigenschappen).

Narratief/taal fundament.

"Ik hou van jouw omdat je ogen zo mooi zijn, maar je ogen zijn zo mooi omdat ze van jouw zijn."

2

Waarin verschilt vriendschap het met liefde?

- minder gericht op relatie zelf, maar op gedeelde passies
- je heb ruimte voor meer vriendschappen tegelijkertijd
- moet wederkerig zijn (liefde kan eenzijdig zijn)
- er staat minder op het spel
- er is geen sterke behoefte de relatie publiekelijk te maken

3

De mogelijkheid om ons tot zichzelf te verhouden, dat reflexiviteit ons geeft, is niet vrijblijvend. Op welke manieren kunnen we de verantwoordelijkheid nemen over ons imago?

1.) Authenticiteit = echtheid (trouw zijn aan jezelf)

- Heidegger noemt dit eigenlijkheid.
- Sartre noemt het je essentie (die je niet hebt, dus je kunt niet trouw zijn aan jezelf, maar je moet absolute keuzes maken in het luchtledige, zonder leidraden). --> denk aan voorbeeld met zoon die moet kiezen tussen voor zijn moeder zorgen of voor het vaderland vechten. Kritiek: dan is het onmogelijk om keuzes te maken (taylor).
- Frankfurt zegt dat het je reflectieve vermogen om je wil te bevestigen (2de orde verlangens) is —> zelfbepalende vrijheid. Kritiek: regressie.


2.) Integriteit = standvastigheid (aan keuze vasthouden)

Tegenwoordig zijn we integriteit steeds belangrijker gaan vinden (omdat mensen minder eerlijk zijn want grote druk op te produceren)

Problemen:
- als op persoonlijk en professionele vlak integriteit conflicteert
- een integere mafiabaas niet niet perse moreel beter dan een niet-integer iemand


3.) Identiteit = imago-management tegenover onszelf

Korsgaard: dankzij identiteit hebben we continuïteit en een overkoepelend oordeelsvermogen waardoor we verantwoordelijkheid kunnen afleggen aan zichzelf en een moreel coherent leven kunnen leiden

Frankfurt: maakt onderscheid tussen

amour propre = egoïstische zelfliefde
amour de soi = bekommering om zichzelf (groeien, vervolmaken) —> dit is identiteit

Probleem: blijft een doodlopend straatje want subjectief