College 4 & 5 - Fundering van normen Flashcards Preview

Ethiek > College 4 & 5 - Fundering van normen > Flashcards

Flashcards in College 4 & 5 - Fundering van normen Deck (13)
Loading flashcards...
1

Welke 5 normatief-ethische theorieën bestaan er?

1.) Consequentialisme
2.) Deontologie
3.) Teleologie
4.) Deugdethiek
5.) Contextualisme

2

Wat is het consequentialisme?

De juistheid van handelingen is UITSLUITEND afhankelijk van hun gevolgen.

1.) Eerst wordt onpartijdig beoordeeld wat het hoogste gemeenschappelijke nut/goed/geluk/welvaart is.
2.) Dan worden handelingen die dit nut/geluk maximaliseren, moreel juist genoemd.

- Het goede gaat vooraf aan het juiste --> 'goede' in deze context is NIET moreel goed, maar iets wat wij waarderen.
- Populairste theorie
- Toelatend

3

Wat zijn bezwaren tegen het consequentialisme?

1.) Hyperstress: het is een bovenmatige eis om constant na te denken over mogelijke gevolgen van individuele of collectieve handelingen.

2.) Gevolgen van handelingen zijn lastig te voorspellen en het is al helemaal lastig om die gevolgen met elkaar te vergelijken.

3.) Het laat te veel toe: sommige daden zijn altijd slecht, onafhankelijk van hun gevolgen (basale rechten zijn op deze manier niet te funderen)

4.) Positieve handelingen moeten eerst moreel gekwalificeerd worden voordat ze juist genoemd kunnen worden

5.) Contra intuïtief: (a) niet handelen weegt even zwaar als wel handelen en (b) door onpartijdigheid zijn er geen specifieke rechten of plichten die wel intuïtief zijn (zoals voor je eigen kinderen zorgen)

4

Wat is deontologie?

Bepaalde handelingstypen zijn in zichzelf wel of niet juist, ONAFHANKELIJK van de gevolgen.

- Het juiste gaat vooraf aan het goede
- tegenhanger van het consequentialisme
- Restrictief (trekken van grenzen / formuleren van beperkingen)

5

Noem een voorbeeld van een deontologische theorie.

Het Categorisch Imperatief van Kant:

- Categorisch betekent onvoorwaardelijk of onafhankelijk

1.) Verbod op instrumentalisering --> "Handel zo dat je het mens zijn, zowel in eigen als ook in de persoon in ieder ander altijd tegelijk als doel, nooit louter als middel gebruikt."
2.) Rationaliteit eis --> "Handel zo alsof de maxime van jouw handeling tot een algemene natuurwet moest worden." (Kunnen onze handelingen veralgemeniseerd worden? Zonder uitzonderingen?)
3.) Autonomie eis --> "Handel zo dat de wil door zijn maxime zichzelf tegelijk als algemeen wetgevend zou kunnen beschouwen." (Kan onze wil veralgemeniseerd worden?)

6

Wat zijn bezwaren tegen deontologie?

1.) Er zijn teveel uitzonderingen op de regel door consequentialistische overwegingen (oorlog, abortus, euthanasie)
2.) Het veronachtzaamd conflict situaties
3.) Ongevoelig voor morele afwegingen en compromissen

7

Wat is teleologie?

Handelingen zijn juist als ze in overeenstemming zijn met de doelmatigheid in de natuur.

1.) De menselijke natuur kent een bepaalde doelstructuur (we hebben bepaalde behoeften/neigingen)
2.) Deze structuur is beschrijfbaar
3.) Daaruit kunnen we concluderen of handelingen ermee overeen komen

8

Wat zijn bezwaren tegen teleologie?

1.) Naturalistic fallacy: je kunt niet zomaar een normatieve conclusie trekken uit de natuur --> is een cirkelredenering, want natuur wordt normatief geïnterpreteerd
2.) Kunnen we overeenstemming vinden over de menselijke natuur? --> onze interpretaties veranderen met de tijd

9

Wat is deugdethiek?

Je handelt automatisch juist als je deugden bezit.

Oorsprong bij Aristoteles.

Deugd is geen handeling maar een houding of karaktertrek (latijn voor deugd is habitus = gewoonte).

Deugd is het juiste midden tussen 2 uitersten (lafheid/dapperheid/overmoed).

Afhankelijk van omgeving/gemeenschap (communio) en opvoeding.

10

Noem enkele bezwaren tegen deugdethiek.

1.) Gebonden aan hiërarchieën
2.) Gebaseerd op concurrentie of excellentie

11

Wat is contextuele ethiek?

Juistheid van een handeling is afhankelijk van de situatie/context en cultuur.

Vooronderstelling: culturen zijn waardevol/bevorderlijk voor de burgers.

4 modellen:

1.) Moreel pluralisme --> verschillende culturen met eigen moraal sluiten niet uit dat er universele normen bestaan (bijv. ouders eerbied geven).

2.) Normatief ethisch relativisme --> er bestaan geen universele normen, maar je kunt verschillende culturen wel met elkaar vergelijken zonder te oordelen.

3.) Funderingsrelativisme --> er bestaan wel universele normen, maar ze zijn verschillend gefundeerd (voorouders/god/kant).

4.) Conceptueel relativisme --> er zijn geen universele normen en je kunt culturen ook niet met elkaar vergelijken (je kunt dus geen normatief standpunt innemen, bijvoorbeeld iets uit een andere cultuur erg vinden), want je spreek een verschillende taal. Meest radicale model.

Kritiek op 2 en 4: het blijkt uit de praktijk dat we wél een andere denkwijze kunnen begrijpen, denk aan mensenrechten.

12

Noem een bezwaar tegen contextuele ethiek.

Er zijn ook mal adaptive (kwaadaardige) culturen, die NIET goed zijn voor burgers, maar ze juist uitputten of kwellen (denk aan vrouwenbesnijdenis).

13

Wat betekent het om normen te funderen? En hoe kun je dat doen?

Het creëren van een argumentative basis die we met anderen delen.

2 standpunten:

1.) Certisme (juistheid = zekerheid)

Foundationalism: het zoeken naar een absolute zekerheid waar je andere zekerheden van kunt afleiden. Denk aan 'cogito ergo sum' van Descartes.

Externe en éénzijdige benadering: verwerpt huidig stelsel en gooit alles overboord (want verkeerd fundament) en begint helemaal opnieuw (op juist fundament).

2.) Juistheid = waarschijnlijkheid (zo groot mogelijke zekerheid zonder absolute zekerheid)

Rivier van Wittgenstein:
- De rivier is dynamisch/stroomt.
- We kunnen nooit terug naar de bron.
- Heeft stabiele oevers (onbetwiste regels ontstaan uit traditie en veelvuldig gebruik).
- Soms ontstaat er een crisis, een oever overstroomd --> de oever moet dan hersteld worden (uitleggen waarom zo moet blijven) of de oever moet aangepast worden.

Interne benadering: we spelen het spel voordat we de regels kennen, pas als we ontevreden zijn willen we iets veranderen, omdat we deel zijn van het wereldbeeld. Er is geen fundament, maar een min of meer fijnmazig netwerk van argumenten die samen voor een stabiele en coherente wereld zorgen.